Verplicht onderzoek TFA en ultrakorte keten pfas bij bodemonderzoek
Nieuws
- Vlaams gewest
- 01/07/2026
In de richtlijnen voor de bodemsaneringsdeskundigen maakte OVAM bekend dat vanaf 1 oktober TFA en ultrakorte keten pfas moeten onderzocht worden bij bodemonderzoeken. Als pfas volgens de richtlijnen verdachte stof zijn op een locatie, moet TFA worden geanalyseerd in het grondwater.
Grondwateronderzoek
De regeling is in eerste instantie van toepassing voor de oriënterende (OBO) en verkennende bodemonderzoeken (VBO). Een analyse van TFA en de andere ultra korte keten (UKK) pfas gebeurt op minstens de helft van de volgens de bemonsteringsstrategie voorziene grondwaterstalen (afgerond naar boven). De analyses gebeuren volgens de versie van WAC/IV/A/026 van mei 2025. De resultaten van deze analyses worden gerapporteerd en meegenomen voor verdere evaluatie.
Als voor een pfas-verontreiniging een beschrijvend bodemonderzoek (BBO) noodzakelijk is en de mogelijke aanwezigheid van TFA werd in een eerdere fase niet (of onvoldoende) nagegaan, is een onderzoek nog nodig tijdens het BBO. In afwachting van een analysemethode voor het vaste deel van de aarde, worden stalen van het vaste deel van de aarde nog niet geanalyseerd op TFA. Analyses op TFA in het kader van het grondverzet zijn dus voorlopig niet nodig.
Toetsing en evaluatie
Voor de DAEB-toetsing (duidelijke aanwijzingen voor een ernstige bodemverontreiniging), dit is de toetsing voor de noodzaak aan een beschrijvend bodemonderzoek, houdt de deskundige rekening met alle gemeten UKK pfas. Voor de bepaling van de concentratie-index wordt de som van de UKK pfas getoetst aan de toetsingswaarde bodemsanering voor TFA, nl. 15 600 ng/l. Daarbij worden enkel concentraties boven de rapportagegrens meegenomen.
Beschrijvend bodemonderzoek
Bij het beschrijvend bodemonderzoek (BBO) worden afzonderlijke contouren (iso-concentratielijnen) gerapporteerd voor:
-
pfas 20 EU DWRL (100 ng/l);
-
Som van gemeten pfas (500 ng/l);
-
Som UKK pfas (15 600 ng/l).
Risico-evaluatie
Bij overschrijding van de toetsingswaarde voor TFA (15 600 ng/l) voor TFA of een andere individuele UKK pfas wordt een humaan-toxicologische risico-evaluatie uitgevoerd zoals voor andere niet-genormeerde parameters. Daarbij maakt de bodemsaneringsdeskundige gebruik van de Code van goede praktijk “Methodologie DAEB, risico-evaluatie en risicogebaseerde terugsaneerwaarden”. Voor de risico-evaluatie op het vlak van ecotox en verspreiding maakt de deskundige gebruik van de Code van goede praktijk “Aanvullende richtlijnen voor pfas”.
Een beoordeling van de verontreiniging gebeurt per medium (vaste deel van de aarde, grondwater, waterbodem) voor de pfas-verontreiniging als een geheel, zonder opsplitsing per individuele parameter of parametergroepen.
Lopende bodemsanering voor een niet-pfas bodemverontreiniging
Bij de vaststelling van een pfas-verontreiniging tijdens een bodemsanering (fase bodemsaneringsproject of bodemsaneringswerken) gaat de deskundige na of er impact van de eventuele verontreiniging met pfas (inclusief TFA en andere UKK pfas) op de uit te voeren of lopende bodemsanering te verwachten is. Dit kan bv. zijn op het vlak van lozingsnormen, de behandeling van de verontreinigde grond, de waterzuiveringsinstallatie, … Dit blijkt uit het nodige veldwerk en het voorzien van analyses.
De richtlijnen zijn van toepassing vanaf 1 oktober 2026. Tot deze datum kan de deskundige nog gemotiveerd afwijken van deze richtlijnen. De eindverantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de bodemsaneringsdeskundige.
Bron:
-
OVAM, Richtlijnen bodemsaneringsdeskundigen, Richtlijnen voor TFA en andere ultrakorte keten pfas (UKK pfas) in het grondwater, 30 juni 2026