Wereldwijd verdrag tegen kunststofvervuiling: onderhandelingen komen opnieuw op gang
Nieuws
- België
- 27/08/2026
-
Auteur(s): Pieter Vervinckt
De Europese Unie nam de voorbije jaren belangrijke, nieuwe wetgeving aan om kunststofvervuiling tegen te gaan en kunststoffen meer circulair te maken. Kunststofvervuiling is echter een mondiale problematiek: kunststofketens stoppen niet aan de Europese grenzen. Daarom wordt sinds 2022 onderhandeld over een wereldwijd juridisch bindend verdrag tegen kunststofvervuiling. Nadat een akkoord daarover in Genève in augustus 2025 uitbleef, zijn die onderhandelingen nu opnieuw op gang gekomen.
Europa bouwt regelgeving rond kunststoffen verder uit
Met haar Single-Use-Plastics-richtlijn (SUP) (Richtlijn (EU) 2019/904) zette Europa al belangrijke stappen om de milieu-impact van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik terug te dringen. Voor een aantal producten waarvoor alternatieven beschikbaar zijn, zoals kunststof bestek, borden en rietjes, geldt een marktverbod. Voor andere producten gelden onder meer regels rond productontwerp, markering, uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en sensibilisering. Daarnaast zijn doelstellingen vastgelegd voor de gescheiden inzameling van kunststof drankflessen.
Sinds 12 augustus 2026 is ook de nieuwe Europese Verpakkingsverordening (PPWR) van toepassing. Die bouwt het Europese regelgevende kader verder uit en bevat maatregelen over de volledige levenscyclus van verpakkingen. Zo worden regels ingevoerd om verpakkingsafval te voorkomen, hergebruik te stimuleren en verpakkingen beter recycleerbaar te maken. Voor kunststofverpakkingen worden bovendien minimumpercentages gerecycleerde kunststof ingevoerd.
Maar productie, handel en gebruik van kunststoffen zijn wereldwijd georganiseerd. Ook kunststofafval en vervuiling zijn grensoverschrijdend. Een internationaal verdrag moet landen rond een gemeenschappelijk kader samenbrengen en afspraken mogelijk maken over de verschillende fasen van de levenscyclus van kunststoffen.
Onderhandelingen opnieuw op gang
In augustus 2025 kwamen 184 landen in Genève bijeen met de ambitie om zo’n juridisch bindend internationaal verdrag af te ronden. Na tien dagen onderhandelen bleken de verschillen te groot en eindigde de bijeenkomst zonder akkoord.
In februari 2026 werd de Chileense ambassadeur Julio Cordano verkozen als nieuwe voorzitter van het Intergouvernementeel Onderhandelingscomité (INC). Hij koos voor een nieuwe aanpak om het proces opnieuw op gang te brengen. Landen komen in aanloop naar de volgende formele onderhandelingsronde in maart van volgend jaar samen in kleinere en meer informele bijeenkomsten, de zogenaamde Heads-of-Delegation-meetings (HoDs).
Van 30 juni tot 3 juli vond in Nairobi een eerste fysieke bijeenkomst plaats. Daar werden de belangrijkste onderdelen van het toekomstige verdrag besproken. De bedoeling was vooral om de standpunten verder uit te klaren en mogelijke ruimte voor toenadering te zoeken.
Grote verschillen blijven bestaan
De gesprekken in Nairobi verliepen constructief, maar de belangrijkste inhoudelijke meningsverschillen zijn niet verdwenen. Centraal staat de vraag hoe ver een wereldwijd verdrag moet gaan om kunststofvervuiling te voorkomen en aan te pakken en hoe sterk de verplichtingen moeten zijn.
-
De volledige levenscyclus van kunststoffen: de Europese Unie en veel andere landen willen kunststofvervuiling niet alleen aanpakken wanneer kunststoffen afval worden, maar ook aan de bron en vroeger in de keten. Dat kan bijvoorbeeld via maatregelen rond productie en consumptie en door al bij het ontwerp van producten rekening te houden met hun milieu-impact. Andere landen willen de internationale afspraken sterker concentreren op afvalbeheer en recyclage.
-
Kunststofproducten en chemische stoffen: er blijft verdeeldheid over internationale maatregelen voor problematische kunststofproducten en zorgwekkende chemische stoffen. Bij producten kan het bijvoorbeeld gaan om bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik die snel afval worden, moeilijk recycleerbaar zijn of gemakkelijk in het milieu terechtkomen. Bij chemische stoffen gaat het bijvoorbeeld om stoffen die aan kunststoffen worden toegevoegd om ze bepaalde eigenschappen te geven, maar die risico’s kunnen inhouden voor mens of milieu.
-
Financiering en besluitvorming: vooral ontwikkelingslanden benadrukken dat zij ambitieuze verplichtingen alleen kunnen uitvoeren als daar voldoende en voorspelbare financiële ondersteuning tegenover staat. Een belangrijke discussie is of daarvoor een nieuw fonds specifiek voor het kunststofverdrag moet worden opgericht of bestaande internationale financieringsmechanismen kunnen worden gebruikt. Ook over de manier waarop toekomstige beslissingen binnen het verdrag moeten worden genomen, blijven de standpunten uiteenlopen.
Richting een nieuwe onderhandelingsronde
Van 27 tot 30 september 2026 komen de delegatiehoofden opnieuw bijeen in Bangkok. Daarna wil de voorzitter een nieuwe versie van de onderhandelingstekst publiceren. Eind januari 2027 volgt nog een informele bijeenkomst. Zo wordt toegewerkt naar de volgende grote – en mogelijk ook laatste – formele onderhandelingsronde, die momenteel wordt verwacht van 13 tot 24 maart 2027.
Of de nieuwe aanpak voldoende zal zijn om de grote inhoudelijke verschillen te overbruggen, moet de komende maanden blijken. Maar na de impasse van Genève is er in elk geval opnieuw een duidelijk traject en ook hoop richting verdere onderhandelingen over een broodnodig wereldwijd verdrag tegen kunststofvervuiling.