Interesse?

Wenst u meer nieuws, praktische informatie en wetgeving over welzijn op het werk, milieu en arbeidsgeneeskunde?

Vereenvoudiging: Raad pleit voor versnelde milieubeoordelingen

Nieuws - België - 02/10/2026
-
Auteur(s): 

Op 30 september stelde de Raad zijn onderhandelingspositie over het voorstel om milieubeoordelingen te vereenvoudigen en te versnellen vast. Dit voorstel betreft een verordening en is onderdeel van het zogenaamde ‘Omnibus VIII’-vereenvoudigingspakket dat de Europese Commissie in december 2025 uitbracht. Concreet ambieert dit voorstel projectontwikkelaars te laten profiteren van vereenvoudigde en versnelde procedures voor milieubeoordelingen, waaronder één contactpunt, digitalisering en gestroomlijnde tijdlijnen. Deze verordening zou worden toegepast op milieubeoordelingen en vooronderzoeken van plannen, programma’s en projecten die binnen het toepassingsgebied van de Richtlijnen 2000/60/EG, 2001/42/EG, 2009/147/EG, 2011/92/EU en 92/43/EEG vallen. De Raad moet hierover nog met het Europees Parlement onderhandelen.

Achtergrond: Omnibus VIII-pakket

Het pakket is bedoeld om onnodige administratieve kosten en lasten te verminderen, terwijl de hoge milieubeschermingsnormen van de EU worden gehandhaafd.

Dit Omnibus VIII-pakket omvat voorstellen tot wijziging van zes wetgevingen:

  • een verordening voor het versnellen van milieubeoordelingen (RSEA);
  • een verordening en een richtlijn inzake vereenvoudiging en vermindering van administratieve lasten;
  • een wijziging van de richtlijn over de infrastructuur voor ruimtelijke informatie (INSPIRE);
  • een verordening en een richtlijn die de toepassing van de regels inzake de benoeming van een gemachtigde vertegenwoordiger voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (EPR) opschorten.

Raadspositie

De Raad heeft een aantal wijzigingen aan het Commissievoorstel geformuleerd. De aangenomen Raadspositie over RSEA omvat de volgende hoofdelementen:

  • Er komt een uitputtende lijst van strategische projecten die onderworpen zullen zijn aan de nieuwe regeling (zgn. toolbox opgenomen in de annex) en de versnelde procedures die onder de verordening worden voorzien. Maar het is echter mogelijk voor de medewetgevers om specifiek nieuwe soorten projecten op te nemen door in toekomstige wetgevende akten naar deze regeling te verwijzen.
  • De tekst stroomlijnt zoveel mogelijk sectorale vergunningsbepalingen wat milieubeoordelingen betreft, waaronder een aantal bepalingen uit de Net Zero Industry Regulation (NZIA), de zogenaamde Chips Act en de Critical Raw Materials Act (CRMA).
  • De door de Commissie voorgestelde termijnen worden verlengd om ervoor te zorgen dat bevoegde autoriteiten in staat blijven alle door de relevante wetgeving voorgeschreven stappen uit te voeren.
  • De bepaling over substantiële uitsluiting werd gewijzigd om de volledige naleving van het Verdrag van Aarhus (het VN-verdrag inzake toegang tot informatie, publieke participatie bij besluitvorming en toegang tot de rechter in milieukwesties) te waarborgen.
  • De reikwijdte van de bepaling met betrekking tot de Habitat- en Vogelrichtlijn is uitgebreid met goed gedefinieerde periodieke activiteiten, zoals bosbouw en het onderhoud van waterlopen, met extra waarborgen tegen negatieve impact op dier- en plantenpopulaties.

Over het element van het enkelvoudige contactpunt (SPOC) erkent de Raadspositie de oproepen tot voldoende flexibiliteit, vooral voor lidstaten met gedecentraliseerde administratieve structuren. Ook erkent de Raadspositie de noodzaak fragmentatie te voorkomen tussen SPOC’s die al onder andere wetgeving zijn ingesteld of door toekomstige wetgeving moeten worden vastgesteld.

Volgende stappen

De Raad moet over dit dossier (en de rest van het pakket) onderhandelen met het Europees Parlement zodra dat een eigen standpunt heeft aangenomen. Een akkoord tussen beide instellingen zou dit jaar nog moeten lukken.

Bron:

  • Raad van de Europese Unie