Werken in de hitte: houd rekening met de WBGT-index en ozonwaarden
Nieuws
- België
- 27/05/2026
Met temperaturen boven 30 °C wordt werken in een kantoor, magazijn of op een bouwwerf een uitdaging. Waar een zonnige lunchpauze aangenaam kan zijn, zorgen aanhoudende hittegolven op de werkvloer soms voor concentratieverlies, vermoeidheid en gezondheidsrisico’s. Maar vanaf wanneer is het eigenlijk té warm om comfortabel te werken? En welke maatregelen moet je als werkgever nemen?
Niet alleen de thermometer telt
Wie naar de buitentemperatuur kijkt, zou denken dat een gewone thermometer voldoende vertelt over hoe warm het is. Toch ligt dat op de werkvloer anders.
Bij hoge temperaturen wordt in België gewerkt met de zogenaamde WBGT-index (Wet Bulb Globe Temperature). Die meet niet alleen de temperatuur, maar houdt ook rekening met luchtvochtigheid, tocht en eventuele stralingswarmte van de zon of machines.
Daardoor ligt de WBGT-waarde vaak 5 tot 10 graden lager dan de temperatuur op een klassieke thermometer, maar geeft ze wel een realistischer beeld van hoe zwaar de hitte écht aanvoelt.
Dat verschil is belangrijk. Een temperatuur van 30 °C kan op een droge dag nog draaglijk zijn, maar bij hoge luchtvochtigheid veel belastender worden. Zo komt een gewone temperatuur van 30 °C ongeveer overeen met:
-
22,7 WBGT bij 35 % luchtvochtigheid;
-
25,4 WBGT bij 55 % luchtvochtigheid;
-
28,2 WBGT bij 80 % luchtvochtigheid.
Met andere woorden: hoe vochtiger de lucht, des te groter de impact van de warmte op werknemers.
Wanneer moet een werkgever ingrijpen?
De wetgeving voorziet duidelijke actiewaarden. Zodra die overschreden worden, ben je als werkgever verplicht om maatregelen te nemen om het ongemak en de gezondheidsrisico’s voor jouw werknemers te beperken.
De grens hangt af van de zwaarte van het werk:
-
29 WBGT bij lichte fysieke arbeid;
-
26 WBGT bij halfzware arbeid;
-
22 WBGT bij zware arbeid;
-
18 WBGT bij zeer zware arbeid.
Lichte arbeid gaat bijvoorbeeld over secretariaatswerk of autorijden, terwijl zwaar werk eerder activiteiten omvat zoals graven, zagen of intensief fysiek werk op een werf.
Als die waarden overschreden worden, moet je onder meer:
-
werknemers beschermen tegen directe zonnestraling;
-
verfrissende dranken voorzien;
-
binnen de 48 uur kunstmatige verluchting installeren;
-
rusttijden invoeren wanneer de hitte langer dan twee dagen aanhoudt.
Toch benadrukken experten dat je als werkgever beter niet wacht tot de officiële grenswaarden bereikt zijn. Een preventieve aanpak voorkomt klachten en verhoogt tegelijk veiligheid en productiviteit.
Extra pauzes bij extreme warmte
Houdt de hitte aan? Dan kunnen ook verplichte rustmomenten nodig zijn. Die worden bepaald op basis van de WBGT-waarde én de fysieke belasting van het werk. Bij lichte arbeid geldt bijvoorbeeld:
-
vanaf 29,5 WBGT: 45 minuten werken en 15 minuten rust per uur;
-
vanaf 30 WBGT: 30 minuten werken en 30 minuten rust per uur.
Die rust gebeurt in het ideale geval in een koelere ruimte, zodat het lichaam voldoende kan herstellen.
Een concreet voorbeeld: op een zomerdag met een temperatuur van 30 graden en een luchtvochtigheid rond 60 procent bedraagt de WBGT ongeveer 26. In dat geval zijn extra rustpauzes doorgaans enkel nodig voor werknemers die zwaar of zeer zwaar fysiek werk uitvoeren.
Ook ozon verdient aandacht
Warm zomerweer brengt vaak nog een extra risico met zich mee: verhoogde ozonconcentraties.
Hoewel er in de arbeidswetgeving geen aparte regels bestaan rond ozon van klimatologische oorsprong, wordt blootstelling eraan wel beschouwd als een arbeidsrisico. Vooral werknemers die buiten werken – denk aan bouwvakkers, groenarbeiders of logistieke medewerkers – lopen een verhoogd risico.
Omdat de ozonconcentratie binnenshuis doorgaans lager ligt, focussen preventiemaatregelen vooral op openluchtwerk.
Bron: