Interesse?

Wenst u meer nieuws, praktische informatie en wetgeving over welzijn op het werk, milieu en arbeidsgeneeskunde?




Wie doet wat bij noodsituatie op gemeentelijk, provinciaal of federaal vlak?

Nieuws - 04/07/2019
-
Auteur(s): 
Carine Govaert


Belgisch Staatsblad. – In de nasleep van de aanslagen van 22 maart 2016 actualiseert de federale regering de voorschriften op de noodplanning, het crisissituatiebeheer op gemeentelijk en provinciaal vlak, en de rol van de burgemeesters en gouverneurs bij een crisis op federaal niveau.
Noodsituatie
Een noodsituatie is elke gebeurtenis die schadelijke gevolgen heeft of kan hebben voor het maatschappelijke leven. Zoals:
1)
een ernstige verstoring van de openbare veiligheid
2)
een ernstige bedreiging ten aanzien van het leven of de gezondheid van personen
3)
een ernstge bedreiging ten aanzien van belangrijke materiële belangen.
Waarbij coördinatie vereist is om de dreiging te kunnen wegnemen of om de nefaste gevolgen ervan te kunnen beperken.
Noodplanning
Een noodsituatie vergt een noodplanning, en die bestaat uit 6 acties:
1)
De risico’s op het eigen grondgebied identificeren en analyseren.
2)
Op basis daarvan:
een algemeen nood- en interventieplan (ANIP) opstellen,
een bijzonder nood- en interventieplan (BNIP) opstellen voor de risico’s waarvoor de wetgever dat voorschrijft: nucleaire installaties, Sevesobedrijven, ... Waken over de uitwerking van de nodige interne noodplannen en over hun conformiteit met het BNIP, en
erover waken dat de 5 disciplines hun monodisciplinaire interventieplannen uitwerken en actualiseren, en nagaan of die plannen in overeenstemming zijn met de wet, de nood- en interventieplannen, en de plannen van de andere disciplines.
3)
Ervoor zorgen dat er voldoende infrastructuur en middelen zijn voor het beheren van een noodsituatie.
4)
De bevolking regelmatig informeren over de aanwezige risico’s, de noodplanning en het gedrag dat van de burgers wordt verwacht.
5)
Minstens één keer per jaar multidisciplinaire oefeningen organiseren om de bestaande noodplanning te testen, een oefenkalender opstellen en die opladen op het nationaal veiligheidsplatform.
6)
De oefeningen en reële noodsituaties evalueren en eventueel de bestaande noodplanning aanpassen.
ANIP en BNIP
Het KB zegt wat er allemaal in een ANIP of BNIP moet staan.
Daar zijn ook de contactgegevens bij van de deskundigen die de overheid mag contacteren wanneer zich effectief een noodsituatie voordoet en van de actoren die specifiek betrokken zijn bij het risico. Zoals: brandweer en politie, opvangcentra, openbare nutsbedrijven, de bedrijven die de noodsituatie hebben veroorzaakt of die de noodsituatie door hun activiteiten kunnen verergeren, instellingen met bijzonder kwetsbare personen, zoals scholen of ziekenhuizen. Wijzigingen in die contactgegevens moeten altijd gemeld worden.
Noodplancoördinator en samenwerking
De burgemeester is bevoegd voor de noodplanning op gemeentelijk vlak. De gouverneur is dat op provinciaal vlak en de Hoge Ambtenaar is dat voor het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad. Zij worden bijgestaan door een veiligheidscel en een noodplancoördinator. Die laatste krijgt een persoonlijke identificatiekaart.
De bevoegde overheden mogen samenwerken, zowel voor de noodplanning, als voor het beheer van een noodsituatie. Zij kunnen in dat geval een gemeenschappelijke noodplancoördinator aanstellen of hun veiligheidscellen versmelten.
Anders en beter
Enkele opmerkelijke verschillen met de huidige wetgeving zijn:
De nood- en interventieplannen moeten niet meer systematisch goedgekeurd worden door de hogere overheid.
De bevoegde overheden móeten regelmatig multidisciplinaire oefeningen organiseren.
Er wordt een groter onderscheid gemaakt tussen de operationele coördinatie en de beleidscoördinatie, en de bevoegdheden van de Directeur van de Commandopost Operaties (Dir CP-Ops) worden uitgediept.
Er wordt een nazorgfase ingevoerd voor de periode nadat de eigenlijke operationele en beleidscoördinatie is afgelopen. In die fase wordt gefocust op de ondersteuning van iedereen die getroffen werd door de noodsituatie, op het herstel van het getroffen gebied, op het herstel van de economische activiteiten en van het sociale weefsel, enz.
Elke noodsituatie moet uitdrukkelijk geëvalueerd worden, zodat de noodplanning kan aangepast worden als dat nodig is.
De uitwisseling van informatie verloopt via het nationale veiligheidsportaal, Incident & Crisis Management System, dat in 2017 werd opgericht.
En de takenlijst van de 5 disciplines werd bijgewerkt: Discipline 1 staat voor de hulpverleningsoperaties. De operationele directie van discipline 1 ligt bij de directeur van de hulpverleningszone (brandweer). Discipline 2 groepeert de medische, sanitaire en psychosociale hulpverlening, onder de leiding van de directeur medische hulpverlening. Discipline 3 beheert de politie op de plaats van de noodsituatie en staat onder het bevel van de directeur van de politie. Discipline 4 heeft betrekking op de logistieke steun, onder de directeur logistiek. En discipline 5 slaat tot slot op de alarmering van de bevolking en op het verstrekken van informatie aan de bevolking. Deze discipline wordt gecoördineerd door de bevoegde overheid. Dus door de burgemeester, de gouverneur, de Hoge Ambtenaar, of hun woordvoerders.
De meeste bepalingen van het nieuwe KB treden 10 dagen na publicatie in werking. Dat is op 7 juli 2019.