Interesse?

Wenst u meer nieuws, praktische informatie en wetgeving over welzijn op het werk, milieu en arbeidsgeneeskunde?




Geplande campagnes van de Arbeidsinspectie in 2020

Nieuws - 08/01/2020
-
Auteur(s): 
Edelhart Kempeneers - Luc Van Hamme


 Een overzicht van de campagnes van Toezicht op het Welzijn op het Werk in 2020 gepland door de Arbeidsinspectie TWW.
 

Bij elk bezoek gaat de inspecteur het beleid van de werkgever inzake welzijn na. Vervolgens overloopt men de aanpak van de werkgever voor elk domein van de welzijnswet, en gaat men dieper in op het thema gekozen voor de sector.

Als een organisatie niet in orde is, zijn er consequenties aan verbonden. Dat kan gaan van een mondeling of schriftelijk advies, tot een waarschuwing, en zelfs het stopzetten van de activiteit bij ernstige tekortkomingen.

Regionaal
  • Antwerpen: Logistiek; thema Gevaarlijke producten
  • Brussel: Thuislevering; thema Ergonomie
  • Henegouwen: Textielindustrie; thema Veiligheid
  • Limburg & Vlaams-Brabant: Beenhouwerijen; thema Veiligheid
  • Luik: Begraafplaatsen; thema Ergonomie
  • Namen-Luxemburg-Waals-Brabant: Ziekenhuizen; thema Psychosociale risico's
  • Oost-Vlaanderen: Thuisverpleging; thema Veiligheid (arbeidsmiddelen)
  • West-Vlaanderen: Fabricage van meubels; thema Gevaarlijke producten (composietmaterialen)
Nationaal
  • Bouwsector:
    • Torenkranen
    • Afbraakwerken  (vroeger aangevat maar de inspecties worden effectief uitgevoerd in 2020)
  • Dienstencheques: Arbeidsmiddelen, bescherming van de gezondheid, ergonomie
  • Horeca: Opvolging OiRA
Proactieve acties

Traditioneel zijn de opdrachten van de van de arbeidsinspectie (TWW of 'Toezicht Welzijn op het Werk') uitgesplitst in reactieve en proactieve acties. Reactieve acties zijn het behandelen van klachten, antwoorden op verzoeken van gerechtelijke overheden, behandelen van allerlei vragen om vergunningen, enzovoort. Proactieve acties zijn inspectiebezoeken volgens planning gebaseerd op de prioriteiten van de inspectie.

Het doel van de arbeidsinspectie is om proactieve acties te stroomlijnen en reactieve acties zoveel als mogelijk te beperken.

Als gevolg hiervan worden inspectiecampagnes al sinds 2008 georganiseerd per thema of per sector.

Deze aanpak is interessant om verschillende redenen:

  • het laat de inspectie toe om moeilijk bereikbare sectoren toch te benaderen, zoals de kleine of zelfs micro-ondernemingen die door de evolutie van de arbeidswereld zeer talrijk aanwezig zijn; zij kan zich zo een idee vormen van het niveau van preventie in die sectoren
  • het kan gelden als een nulmeting om ten einde de evolutie in kaart te brengen
  • de sector worden begeleid naar een betere naleving van de reglementering
  • het gekozen thema geeft een antwoord aan mbt de bezorgdheden van de sector

Nationale campagnes worden regelmatig georganiseerd met de medewerking van externe partners zoals het SLIC (Europees Comité van de Hoge Vertegenwoordigers van de arbeidsinspectie), de Constructiv BoP (het vroegere NAVB) of nog andere inspectiediensten zoals deze van de collega arbeidsinspectie-Toezicht Sociale Wetten) of nog deze van de FOD Economie of regionale inspectiediensten.

Nationale campagnes hebben het nadeel dat ze relatief gezien een te groot deel van de middelen van de inspectie in beslag nemen, om telkens een hoog aantal niet-conformiteiten met de reglementering te moeten vaststellen. Daarom legt de inspectie sedert een aantal jaar vooral de nadruk op lokale campagnes, met de bedoeling:
een sector wakker te maken voor de problematiek van de preventie
een nulmeting te maken ten einde de impact van de inspectie te kunnen meten
de sector op zijn verantwoordelijkheid wijzen en uitnodigen om een actieplan voor te stellen dat onder andere eenvormige analyse-instrumenten en codes van goede praktijk inhoudt; de inspectie is bereid binnen de perken van haar middelen, aan deze initiatieven mee te werken en ze te ondersteunen

De acties die deze sectoren ondernemen worden door een nationale campagne afgetoetst.

Elk van de acht regionale directies wordt gevraagd om minstens één campagne volgens het operationeel plan van de inspectie te organiseren.