Interesse?

Wenst u meer nieuws, praktische informatie en wetgeving over welzijn op het werk, milieu en arbeidsgeneeskunde?

Verplicht telewerken: wat zeggen de mobiliteitscijfers?

Nieuws - 30/03/2021
-
Auteur(s): 
Geert Van Cauwenberge


 Het voorbije pandemiejaar herhaalden beleidsmakers en virologen tot vervelens toe oproep om onze sociale contacten maximaal te beperken en ‘in ons kot te blijven’. Sinds oktober geldt ook (opnieuw) de verplichting om aan telewerk te doen, behalve voor werknemers die dit niet kunnen vanwege de aard van hun job. Uit analyses van locatiegegevens blijkt echter dat het aantal verplaatsingen niet afneemt, integendeel zelfs. Met de mobiliteitsrapporten van Google (Maps) kunnen overheden en wetenschappers aan de slag gaan om (anoniem) vast te stellen hoe en waar burgers zich verplaatsen. Ze geven dus ook een idee van de opvolging van de telewerk-verplichting. Dat effect blijkt in Vlaanderen een stuk kleiner dan in Brussel.
 
 

De Mobiliteitsrapporten van Google leveren via de instelling ‘Locatiegeschiedenis’ nuttige informatie op over hoe mensen hun gedrag hebben veranderd naar aanleiding van het overheidsbeleid om de coronacrisis onder controle te krijgen. In deze rapporten worden bewegingstrends in de loop van de tijd bijgehouden per geografische locatie voor verschillende plaatscategorieën, zoals onder meer de detailhandel, recreatie, supermarkten, apotheken, parken, openbaarvervoerstations en werk- en woonlocaties.

Google gebruikt honderdduizenden van die locatiedata van mobiele telefoons om (anoniem) vast te stellen hoe en waar we ons bewegen, en publiceert deze rapporten voor alle landen en per regio.

Het Google-Mobiliteitsrapport

Elk Mobiliteitsrapport van Google is opgesplitst per locatie en toont de veranderingen in bezoeken aan plaatsen zoals supermarkten en parken. Het bedrijf voegt dekomende weken nog meer landen, regio's en talen toe, waarbij de rapporten bovendien regelmatig geactualiseerd worden.

De rapporten geven bewegingstrends per regio weer voor verschillende plaatscategorieën. Voor elke categorie in een regio worden de veranderingen op twee verschillende manieren in de rapporten weergegeven:

  • met een hoofdgetal: hiermee wordt de mobiliteit voor de rapportdatum vergeleken met de basislijndag (die een normale waarde voor die dag van de week vertegenwoordigt); dit hoofdgetal wordt gerapporteerd als een positief of negatief percentage
  • met een trenddiagram: de procentuele veranderingen in de zes weken voorafgaand aan de rapportdatum

Persoonlijk identificeerbare informatie (zoals locatie, contacten of verplaatsingspatronen van een persoon) wordt nooit bekendgemaakt. Deze rapporten worden gegenereerd op basis van verzamelde, geanonimiseerde sets met gegevens van gebruikers die de instelling ‘Locatiegeschiedenis’ in hun telefoon hebben ingeschakeld. Deze instelling is standaard uitgeschakeld.

 
 
Voorbeeld van een mobiliteitsrapport van Google.
 
Mobiliteit Vlaanderen – 21 maart 2021

De mobiliteitscijfers in Vlaanderen tonen de volgende trends:

  • detailhandel en recreatie: -47% (in vergelijking met de basislijn, ofwel de mediaan voor de betreffende dag van de week gedurende de vijfweekse periode van 3 januari tot 6 februari 2020)
  • supermarkt en apotheek: +6%
  • parken: +11%
  • openbaarvervoerstations (o.a. metro-, bus- en treinstations): -30%
  • werken: -3%
  • wonen: +8%
Mobiliteit Brussel – 21 maart 2021

De mobiliteitscijfers in Brussel laten de volgende trends zien:

  • detailhandel en recreatie: -56% (in vergelijking met de basislijn, ofwel de mediaan voor de betreffende dag van de week gedurende de vijfweekse periode van 3 januari tot 6 februari 2020)
  • supermarkt en apotheek: -8%
  • parken: +20%
  • openbaarvervoerstations (o.a. metro-, bus- en treinstations): -34%
  • werken: -21%
  • wonen: +7%

Bron:  Google