Interesse?

Wenst u meer nieuws, praktische informatie en wetgeving over welzijn op het werk, milieu en arbeidsgeneeskunde?

Belgisch milieubeleid krijgt zwakke score in OESO-doorlichting

Nieuws - 01/04/2021
-
Auteur(s): 
Jan De Mulder


 Op 31 maart presenteerde de OESO de “Environmental Performance Review” (EPR) over België. Zo’n EPR is een op feiten gebaseerde analyse en beoordeling van de vorderingen van een land bij het verwezenlijken van zijn milieubeleidsdoelstellingen. De landen die het onderzoek uitvoerden waren Denemarken en Litouwen, uiteraard ondersteund door het OESO-Secretariaat.  Dit is de derde milieuprestatiebeoordeling van België, die de periode sinds 2007 evalueert. De EPR bevat 38 aanbevelingen, goedgekeurd door de OESO-Werkgroep milieuprestaties op 8 december 2020. OESO-reviews hebben de gewoonte te slaan en te zalven, en met deze EPR is het niet anders. Toch vallen vooral de pijnpunten op.
 
 

Met een EPR beoogt de OESO wederzijds leren te bevorderen, evenals de versterking van de verantwoordingsplicht van de overheid. Een EPR bevat ook gerichte aanbevelingen om een land te helpen zijn milieuprestaties te verbeteren.

België heeft vooruitgang geboekt bij het loskoppelen van meerdere milieubelastende aspecten en economische groei. De vooruitgang blijft echter onvoldoende om het verlies aan biodiversiteit te stoppen en de toenemende druk van demografische ontwikkeling, verstedelijking en intensieve landbouwpraktijken te verlichten. Verdere inspanningen zijn nodig om vooruitgang te boeken in de richting van koolstofneutraliteit en om lucht- en waterverontreiniging te verminderen. Ons land ligt niet op schema om de SDG's tegen 2030 te behalen.

Enkele vaststellingen uit het rapport

Inzake energie en klimaatbeleid belemmeren de versnippering van bevoegdheden en het ontbreken van een onafhankelijk coördinerende instantie de ontwikkeling van een gedeelde langetermijnvisie en de uitvoering van samenhangend beleid.

Lokale luchtverontreiniging, vooral door transport en verwarming, blijft een probleem voor de gezondheid. In sommige meetstations worden de EU-grenswaarden voor stikstofdioxide nog steeds overschreden. Ondertussen wordt 93% van de Belgen nog steeds blootgesteld aan concentraties fijn stof (PM2,5) die boven de aanbevolen gezondheidswaarde liggen.

België bereikt nog lang geen goede toestand op het gebied van waterlichamen. In 2016-17 bereikte slechts 24% van de oppervlaktewaterlichamen een goede ecologische toestand. Ondertussen haalde slechts 2% van de oppervlaktewaterlichamen en 37% van de grondwaterlichamen een goede chemische toestand. Een hoog gebruik van nutriënten en pesticiden in de landbouw zijn de belangrijkste bronnen van vervuiling.

De ratio belasting tegenover bbp is hoog (44,8% in 2018), maar het aandeel van milieugerelateerde belastinginkomsten is dat niet. Belastingen op energieproducten weerspiegelen niet volledig de milieukosten van energieverbruik. Effectieve belastingtarieven op CO2-emissies door energieverbruik zijn laag, vooral in andere sectoren dan wegvervoer. De gunstige fiscale behandeling van bedrijfswagens moedigt het rijden echter aan, is duur en komt vooral mannen met een hoog inkomen ten goede. Gederfde inkomsten die het gevolg zijn van de fiscale behandeling van bedrijfswagens vertegenwoordigen jaarlijks tussen 0,5% en 0,9% van het bbp.

De toestand van de biodiversiteit is de afgelopen tien jaar nog verslechterd. België zal een ambitieuzer beleid moeten ontwikkelen in lijn met de nieuwe EU-strategie voor biodiversiteit voor 2030. Strikte bescherming van 10% van de grond is een uitdaging, gezien de omvang van de bebouwde zones. De bebouwde zones, de verkoop van pesticiden en de stikstofbalans per hectare behoren tot de hoogste in de OESO.

Ongeveer 30% van het Belgische deel van de Noordzee haalt de doelstelling van goede milieutoestand voor 2020 niet, met name de kustwateren.

Enkele OESO-aanbevelingen
  • Een interfederale klimaatwet aannemen met nationale langetermijndoelstellingen om klimaatneutraliteit te bereiken. De oprichting van een onafhankelijk orgaan van deskundigen om de interne lastenverdeling van de doelstellingen voor 2030 te bepalen.
  • De effectiviteit van de coördinatie tussen de federale overheid en de gewesten en tussen de gewesten verbeteren.
  • De formele milieu-evaluatie van ontwerpen van regionale wet- en regelgeving versterken.
  • Verder bevorderen van groene bedrijfspraktijken door opschaling van en toezicht op de uitvoering van duurzame overheidsopdrachten.
  • Een koolstofbelasting invoeren voor niet-EU-ETS-sectoren, subsidies voor fossiele brandstoffen geleidelijk afschaffen en compenserende maatregelen ontwikkelen voor kwetsbare huishoudens.
  • De gunstige fiscale behandeling van bedrijfswagens afschaffen.
  • Een belasting op pesticiden invoeren op basis van gezondheids- en milieurisico's en belasting op bouwvergunningen invoeren op basis van verloren groene ruimtes.
  • De coördinatie versterken op het gebied van het beleid inzake afvalstoffen en circulaire economie en circulaire beleidsinitiatieven evalueren om de meest effectieve aanpak te kunnen identificeren.

Bron:  OESO