Interesse?

Wenst u meer nieuws, praktische informatie en wetgeving over welzijn op het werk, milieu en arbeidsgeneeskunde?

Inbreuken op de COVID-regels voor bedrijven: een eerste vonnis

Nieuws - 29/07/2021
-
Auteur(s): 
Chris Persyn - Cautius


 Niet alle bedrijven houden zich aan de COVID-regels, en vanaf 3 juli 2020 moest een nieuwe delictsomschrijving bijdragen tot het afdwingen ervan. Bij het concept daarvan werden vragen gesteld. Overbodig, complex en gesteund op een wankele onderbouw, luidde het. Een eerste vonnis blijkt de nieuwe regels evenwel probleemloos toe te passen.
 

Het uitgebreide verhaal leest u in senTRAL.Een machinebouwer krijgt in juni 2020 een eerste bezoek van een inspecteur van TWW, die vaststelt dat in zijn bedrijf de COVID-regels niet worden nageleefd. Geen social distancing, geen handgel, geen aangegeven looproutes. Het bedrijf wordt hiervoor in gebreke gesteld. En passant wijst de inspecteur er ook op dat een aantal gebruikte machines nog niet voldoen aan de minimumvoorschriften voor arbeidsmiddelen. Niet enkel de COVID-regels worden dus miskend, ook bepalingen uit de Codex. In januari 2021 wordt bij een opvolgingscontrole vastgesteld dat er helemaal niets gewijzigd is. Twee maand later volgt een derde bezoek: nu zijn er wel maatregelen genomen tegen COVID, maar aan de inbreuken op de regels inzake arbeidsmiddelen is nog steeds niet verholpen. De arbeidsauditeur brengt het dossier daarop voor de correctionele rechtbank en dagvaardt de twee vennootschappen die samen het bedrijf uitbaten.

Interessant daarbij is dat hen zowel inbreuken worden verweten op boek IV van de Codex als op de COVID-regels. De miskenning van de regels inzake arbeidsmiddelen acht de rechtbank enkel bewezen ten aanzien van één van beide vennootschappen, die daarvoor een boete opgelegd krijgt van 800 euro. Voor het niet naleven van de COVID-regels worden beide vennootschappen gestraft. Uitgangspunt is daarbij de basisboete van 400 euro, hier evenwel te vermenigvuldigen met het aantal betrokken werknemers. Voor de ene vennootschap zijn dat er 37, voor de tweede 27, wat de geldboete respectievelijk op 14.800 en 10.800 euro brengt. De geldboete wordt telkens voor de helft met uitstel opgelegd.

De nieuwe regels mogen dan geen schoonheidsprijs verdienen, ze blijken een performante rechtbank de mogelijkheid te bieden om op korte termijn een flinke tik uit te delen. Opvallend daarbij is dat de principieel lagere bestraffing van de inbreuken op de COVID-regels door toepassing van de mulitiplicator, in de praktijk aanleiding geeft tot manifest hogere boetes dan inbreuken op Welzijnswet en Codex.
 

Het uitgebreide verhaal leest u in senTRAL.


Bron:  Corr. West-Vlaanderen, afd. Brugge kamer B.17, 11 juni 2021, nr. 2021/1336