Een vraag? Een suggestie?

Ik wil een vraag stellen of een suggestie aangeven

Interesse?

Wenst u meer nieuws, praktische informatie en wetgeving over welzijn op het werk, milieu en arbeidsgeneeskunde?

Bescherming van de arbeidsarts: verwijdering uit de functie is geen ontslag

Nieuws - 21/01/2022
-
Auteur(s): 
Chris Persyn - Cautius


 De wet betreffende de bescherming van de preventieadviseurs viert volgend jaar zijn twintigste verjaardag, maar blijft vaak nog een grote onbekende. Twee recente arresten van het arbeidshof te Brussel bieden de gelegenheid om de verschillende procedures uit deze wet toe te lichten.
 

Het verhaal

Een bank heeft decennialang arbeidsartsen op de payroll die instaan voor het gezondheidstoezicht, maar overweegt eind 2015 om voortaan een beroep te doen op een externe dienst. Zij deelt dat mee aan de arbeidsartsen en vraagt ook het advies van zijn vijf comités voor preventie en bescherming op het werk. Simultaan wordt ook gevraagd de arbeidsartsen uit hun functie te verwijderen.

Wanneer de comités een negatief advies geven over de outsourcing van het gezondheidstoezicht en weigeren akkoord te gaan met het verwijderen uit hun functie van de arbeidsartsen, vraagt de bank over beide aspecten het advies van TWW. Het advies luidt positief wat de outsourcing betreft, maar zegt niets over het verwijderen uit de functie, waarop de bank effectief een contract sluit met een externe dienst. Enkele arbeidsartsen blijven desalniettemin op de payroll van de bank, waar zij voortaan andere geneeskundige taken vervullen. Acht maand later worden de artsen ontslagen door de bank. Boven de opzeggingsvergoeding vorderen zij de betaling van een beschermingsvergoeding.

De beoordeling door het arbeidshof

Het arbeidshof stelt vast dat de artsen initieel niet werden ontslagen, zodat de bank enkel de procedure diende te volgen bij hun verwijdering uit de functie van preventieadviseur-arbeidsarts. Dat heeft zij bovendien gedaan door na het negatieve advies van de comités het advies te vragen van TWW. Dat dit laatste advies geen uitspraak doet over de geplande verwijdering uit de functie, doet daaraan geen afbreuk. De procedure bij verwijdering uit de functie vergt enkel het vragen van dit advies en bovendien werd door TWW positief geadviseerd omtrent de outsourcing. Die impliceerde sowieso dat de artsen niet langer voor rekening van de bank met het gezondheidstoezicht zouden belast worden. Supplementair de zaak aanhangig maken voor de arbeidsrechtbank hoefde niet, dat is enkel een vereiste wanneer de werkgever de preventieadviseur wil ontslaan.

Inhoudelijk aanvaardt het arbeidshof dat de verwijdering uit de functie werd ingegeven door organisatorische motieven, met name het uitbesteden van het geneeskundig toezicht aan een externe dienst. Dit is legitiem en doet geen afbreuk aan de onafhankelijkheid van de preventieadviseur-arbeidsarts.

Conclusie

De besproken arresten maken alvast het onderscheid duidelijk tussen de bescherming van de preventieadviseur in geval van beëindiging van de overeenkomst en die in geval van verwijdering uit de functie. In beide situaties moet de preventieadviseur vooraf worden verwittigd en moet, ook al vooraf, het akkoord van het comité worden bekomen. Komt dat er niet, dan moet het advies van TWW worden gevraagd. Ontslaan kan vervolgens pas na de zaak aanhangig te hebben gemaakt bij de arbeidsrechtbank. Voor het verwijderen uit de functie hoeft dat laatste dus niet.

Hier leest u een uitgebreide commentaar over deze rechtspraak.



Arbeidshof Brussel (Fr.) 17 november 2021, A.R. 2018/AB/824, arrest nr. 2021/2751 en Arbeidshof Brussel (Fr.) 17 november 2021, AR 2018/AB/838, arrest nr. 2021/2752