Een vraag? Een suggestie?

Ik wil een vraag stellen of een suggestie aangeven

Interesse?

Wenst u meer nieuws, praktische informatie en wetgeving over welzijn op het werk, milieu en arbeidsgeneeskunde?

De controle van klasse 1-bedrijven

Nieuws - 11/01/2022
-
Auteur(s): 
Linda Van Geystelen


 2.500 klasse 1-bedrijven met een lage milieu-impact zijn nog niet gecontroleerd, verklaarde minister Demir eind oktober in het Vlaams parlement, waar Jos D'Haese de minister een vraag had voorgelegd naar het aantal controles van bedrijven door de milieu-toezichthouders van de afdeling Handhaving van het Departement Omgeving.
 

Tot op de dag van de vraag waren er in 2021 door de afdeling Handhaving 2.896 klasse 1- bedrijven gecontroleerd door 90 milieutoezichthouders. In 2019 waren dat 4.080 bedrijven door 88 milieutoezichthouders. We kunnen ervan uitgaan dat er in 2021 minder bedrijven zullen zijn gecontroleerd dan in 2019, en dat dit vermoedelijk te wijten was aan de coronapandemie en/of omwille van meerdere controles in één bedrijf.

De rapporten van de afgelopen jaren waarin deze cijfers terug te vinden zijn, kunnen worden geraadpleegd op de website van de afdeling Handhaving of via de website van Publicaties Vlaanderen.

Het opleggen van de bestuurlijke geldboetes voor milieuschendingen is de bevoegdheid van de gewestelijke beboetingsentiteit die deel uitmaakt van de afdeling Handhaving. Tot vandaag werden er minstens 2.500 geldboetes en bestuurlijke transacties opgelegd, zowel aan particulieren als bedrijven. Begin 2022 zal een volledig beeld over het jaar 2021 beschikbaar zijn dat een vergelijking met de voorgaande jaren tot 2019 mogelijk maakt, tenzij het rapport over het jaar 2020 ondertussen is gepubliceerd.

In de jaarrapporten van de VHRM en de OHP-rapporten werden telkens de algemene jaarcijfers opgenomen. Deze rapporten kunnen worden geraadpleegd op de website van de afdeling Handhaving of via de website van Publicaties Vlaanderen.

Niet-gecontroleerde klasse 1-bedrijven

De afdeling Handhaving heeft een actieplan opgesteld om de nog niet gecontroleerde klasse 1-bedrijven alsnog aan een controle te onderwerpen.

Sinds het ontstaan van de afdeling wordt jaarlijks vooraf bepaald welke bedrijven zullen worden gecontroleerd. Rekening houdend met de beschikbare inspectiecapaciteit moet de afdeling Handhaving daarbij keuzes maken. Deze keuzes gebeuren risicogebaseerd, dat wil zeggen dat de afdeling Handhaving rekening houdt met de milieu-impact van de bedrijven en met de Europese verplichtingen om bepaalde ondernemingen zoals Seveso-bedrijven, RIE-(richtlijn industriële emissies) landbouw en RIE-industrie, periodiek te controleren. De bedrijven met een hoge milieu-impact worden dus zeker periodiek gecontroleerd.

Bij de niet-gecontroleerde bedrijven gaat het over een lijst van ondernemingen met een lager prioritair karakter omwille van de eerder beperkte mogelijke impact op het leefmilieu, zoals gasontspanningsinstallaties, windturbines waarover geen klachten bekend zijn of een aantal rioolwaterzuiveringsinstallaties. Wanneer de toezichthouder over deze bedrijven klachten zou ontvangen of als er daar incidenten zouden gebeuren, start hij onmiddellijk een onderzoek en waar nodig een handhavingstraject op.

In april 2019 stonden er 3.567 bedrijven op deze lijst, waaronder een 300-tal bedrijven die pas recent klasse 1 waren geworden.

De afdeling Handhaving heeft in het voorjaar van 2019 een actieplan opgesteld om ook deze bedrijven (ondanks hun lagere milieu-impact) alsnog gefaseerd te controleren, rekening houdend met de beschikbare inspectiecapaciteit en de risicogebaseerde prioritering.

Deze actie leidt tot een geleidelijke vermindering van het aantal niet-gecontroleerde bedrijven.

Concreet waren het er in november 2020 ongeveer 3.000. Eind september 2021 staan er nog ongeveer 2.500 bedrijven op deze lijst.

Maatregelen om alle geloosde stoffen te bepalen

Jos D’Haese wou ook weten welke maatregelen er worden genomen om alle stoffen in het geloosde afvalwater te bepalen. Uit het antwoord van de minister blijkt dat de afdeling Handhaving wel de parameters die vermeld zijn in de omgevingsvergunning kan controleren, maar op niet-genormeerde parameters enkel toezicht kan houden als hiervoor een analysemethode en een toetsingswaarde beschikbaar zijn. Dit kan door bij monsternames extra analyses aan te vragen voor deze stoffen. Voor stoffen waarvoor geen analysemethode of norm opgenomen is in VLAREM II, is het veel moeilijker om te handhaven aangezien er niet altijd kwantitatieve meetmethodes voorhanden zijn.

Niettemin zal de afdeling GOP van het departement Omgeving begin 2022 een studie uitbesteden om een code van goede praktijk te ontwikkelen voor het opstellen van de inventaris van de afvalwater- en afgasstromen, alsook een template die gebruikt kan worden voor deze inventaris. Mogelijk kan de uitkomst van deze studie samen met de definitieve versie van de ‘chemical inventory’ BBT-conclusie leiden tot extra bepalingen in de milieuhygiëneregelgeving, besloot de minister.


Bron:  Schriftelijke vragen, Vlaams Parlement, nr. 127, D' Haese, 25 oktober 2021