Een vraag? Een suggestie?

Ik wil een vraag stellen of een suggestie aangeven

Interesse?

Wenst u meer nieuws, praktische informatie en wetgeving over welzijn op het werk, milieu en arbeidsgeneeskunde?

Nieuw ontwerp-KB Re-integratie – de adviezen van de NAR en de HRPBW

Nieuws - 05/05/2022
-
Auteur(s): 
Edelhart Kempeneers - medisch directeur Attentia


Het KB Re-integratie wordt herzien. Het nieuwe ontwerp-KB is voorgelegd aan de Nationale Arbeidsraad en de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk. We kijken al even naar de belangrijkste aandachtspunten uit hun adviezen.

 
Op 28 oktober 2016 is het KB Re-integratie in het Belgisch Staatsblad verschenen. Deze wetgeving introduceerde een re-integratietraject (RIT) op maat; een geformaliseerde begeleiding van langdurig arbeidsongeschikte werknemers naar tijdelijk of definitief aangepast of ander werk.

De werking van het nieuwe KB werd al in 2018 onder de loep genomen door de Nationale Arbeidsraad (NAR), wat op 25 september 2018 advies nr. 2099 opleverde. Ook de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk (HRPBW) bracht op 22 februari 2019 een advies nr. 219 uit. Daarnaast heeft het Rekenhof op 1 december 2021 een auditverslag opgesteld met de evaluatie van de impact van de nieuwe reglementering op de re-integratie op het werk. Het huidige ontwerp-KB (OKB) houdt rekening met al deze documenten.

Dat OKB is vervolgens voorgelegd aan de NAR, die advies nr. 2288 heeft afgerond op 26 april 2022; en ook aan de HRPBW die op 22 april het advies nr. 247 heeft opgesteld. Beide adviezen zijn begin mei openbaar gemaakt.

De voorgestelde wijzigingen van het ontwerpbesluit

Het OKB voorziet in een aantal aanpassingen betreffende het re-integratietraject:

  • het aantal beslissingen wordt teruggebracht van 5 naar 3
  • de verschillende termijnen in het RIT worden aangepast aan de termijnen van het advies van de NAR nr. 2099 en het advies van de HRPBW nr. 219
  • de samenloop met arbeidsongevallen en beroepsziekten wordt verduidelijkt
  • de werkgever kan een maand vroeger het initiatief tot het opstarten van een RIT nemen
  • de arbeidsarts krijgt de mogelijkheid om alle werknemers die meer dan vier weken arbeidsongeschikt zijn te contacteren
  • de multidisciplinariteit van het RIT wordt versterkt door het benadrukken van de rol van andere preventiedisciplines en van andere relevante actoren, zoals de terug-naar-werk coördinator en de begeleiders van regionale tewerkstellingsdiensten (en hun partners zoals GTB’s)
  • de opdracht van de werkgever, om te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor aangepast werk, wordt verduidelijkt en benadrukt
  • de nieuwe procedure voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst omwille van medische overmacht wordt beschreven
  • het RIT wordt opgenomen in het basispakket van dienstverlening externe diensten voor C- en D ondernemingen
Vaststelling van definitieve arbeidsongeschiktheid

Wat de nieuwe procedure tot vaststelling van de definitieve ongeschiktheid betreft, worden de volgende principes vastgelegd in het OKB:

  • de verbreking van het arbeidscontact omwille van medische overmacht wordt losgekoppeld van het RIT
  • medische overmacht kan worden ingeroepen t.a.v. werknemers die definitief ongeschikt zijn voor hun overeengekomen werk, en ten vroegste na negen maand arbeidsongeschiktheid
  • de arbeidsarts stelt vast dat de werknemer al dan niet definitief ongeschikt is voor het overeengekomen werk; hierbij wordt dezelfde beroepsprocedure mogelijk als bij het RIT
  • indien de werknemer driemaal (met een interval van minimum 21 dagen) niet ingaat op de uitnodiging van de arbeidsarts, dan neemt de arbeidsarts contact op met de behandelend arts (of de auteur van het medisch attest) om voldoende informatie te hebben om een beslissing te kunnen nemen
  • één van de beide partijen kan desgewenst de vraag stellen aan de arbeidsarts om te onderzoeken of aangepast werk mogelijk is in de onderneming
  • de gerechtelijke beroepsprocedure tegen een verbreking van het arbeidscontract omwille van medische overmacht voor de bevoegde rechtbank blijft vanzelfsprekend bestaan
  • er komt ook een recht op outplacement wanneer het de werknemer is die zich beroept op medische overmacht
Het advies nr. 247 van de HRPBW

De Hoge Raad brengt een unaniem positief advies uit over het ontwerp van koninklijk besluit, onder voorbehoud van een aantal opmerkingen. Ik geef de belangrijkste hieronder kort weer.

- Algemene opmerkingen:
  • het belang van bestaande informele trajecten wordt nog eens benadrukt; deze moeten blijven bestaan
  • het vrijwillig karakter van de re-integratie wordt benadrukt, en financiële sancties als responsabiliseringsmechanisme worden niet onderschreven
  • informatie-uitwisseling tussen de verschillende betrokken artsen is essentieel - de noodzaak van een voorafgaande toestemming door de werknemer moet juridisch uitgeklaard worden
  • de stigmatiserende term ‘restcapaciteiten’ wordt beter vervangen door ‘mogelijkheden’
  • het belang van het collectief beleid, dat ook door de arbeidsarts op het comité moet worden gebracht
  • nood aan flankerende financiële en ondersteunende maatregelen voor werkgevers; in het bijzonder voor KMO's

- Opmerkingen per artikel (wederom een selectie van de belangrijkste):

  • vermijden dat het contact met de arbeidsongeschikte werknemer wordt ervaren als een vorm van controlegeneeskunde
  • stroomlijnen RIT met procedures arbeidsongevallenwet en wet op beroepsziektes
  • verduidelijken dat het RIT beëindigd is als de werknemer driemaal niet reageert op een uitnodiging
  • niet altijd noodzakelijk dat de arbeidsarts de werkpost bezoekt
  • belang van een gedetailleerde inhoud van het re-integratieplan en motivatieverslag
  • wanneer de werknemer niet heeft gereageerd, moet de arbeidsarts objectieve informatie bezorgen aan de werkgever (op welke date en op welke wijze uitgenodigd)
  • collectief beleid moet wezenlijk onderdeel zijn van de opdrachten Comité PBW

- Er zijn ook nog enkele belangrijke overwegingen die volgens de sociale partners onvoldoende aan bod komen in de voorgestelde regeling:

  • oneigenlijk gebruik van het RIT moet worden tegengegaan
  • het concept ‘medische overmacht’ mag niet automatisch gelinkt worden aan een niet-geslaagd RIT
  • de arbeidsarts moet de persoon hebben gezien en onderzocht
  • de arbeidsarts moet bij een definitieve ongeschiktheid de medische verantwoording schriftelijk vermelden in het gezondheidsdossier
  • de negen maanden arbeidsongeschiktheid moeten in specifieke gevallen niet noodzakelijk over een ononderbroken periode gaan
Het advies nr. 2288 van de NAR

De NAR verwijst naar de vorige adviezen die hij hieromtrent al gesteld heeft, en herhaalt het verzoek om het advies nr. 2.099 integraal uit te voeren.  Een overzichtje van de belangrijkste opmerkingen van de NAR.

 - Algemene beschouwingen:
  • het vrijwillig karakter van de re-integratie wordt benadrukt, en de NAR roept om dit positief en globaal te blijven benaderen
  • nood aan een globaal en collectief beleid
  • goede afstemming nodig met de wetgeving rond arbeidsongevallen en beroepsziekten
- Medische overmacht:
  • de RIT mogen niet worden gebruikt met als enig doel het vaststellen van medische overmacht
  • (mislukte) RIT mogen dus niet automatisch gekoppeld worden aan de vaststelling van medische overmacht; er kan echter wel een correlatie bestaan tussen deze twee
  • de nieuwe procedure moet duidelijk zijn voor alle partijen
- Neutralisatie gewaarborgd loon:
  • werknemers kunnen lang in een situatie van "toegelaten arbeid" blijven, waarbij ze geen gewaarborgd loon kunnen krijgen; er zou dus moet worden voorzien in een beperkte tijdsduur
  • het begrip ‘een andere ziekte / een ander ongeval’ moet worden verduidelijkt
  • de wetswijzigingen kunnen invloed hebben op de situatie van werknemers in maatwerkbedrijven, (zoals de cumulatieregels) die zou moeten worden herzien
- Outplacement na medische overmacht:
  • de NAR vindt het voorstel tot uitbreiding positief, maar vraagt een oplossing voor de kosten die ten laste zijn van de werkgever
- Responsabilisering betrokken partijen:
  • de NAR gaat niet akkoord met financiële sancties als responsabiliseringsmechanisme voor werkgever of werknemer
  • het vrijwillige karakter wordt nogmaals onderstreept
En nu? 

Het OKB Re-integratie is positief onthaald door de HRPBW, en met bedenkingen door de NAR. Vooraleer het nieuwe KB kan verschijnen, zullen de gestelde opmerkingen beantwoord moeten worden; de belangrijkste drempel lijkt bij eventuele financiële sancties te liggen.

De belangrijkste inhoudelijke wijziging van het KB is alvast de loskoppeling van de verbreking van het arbeidscontact omwille van medische overmacht van het RIT. De grootste impact voor externe preventiediensten is de inclusie van het RIT in de basisdienstverlening voor C- en D ondernemingen.


Bronnen: 
-Advies nr. 2288 van de NAR (pdf)
-Adviezen van de HRPBW